elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: vermogen 

vermogen , vermogen , vermeugen, vermoegen, vermoken , (zwak werkwoord, intransitief) , Meestal in het verl. deelw. vermoogd. Daarnaast vermoken, vermoegen, en te Assendelft vermeugen. Vergaan, verweren, verbroeien, inzonderheid van linnen dat stil ligt, alsook van hout. || De katoen is vermoogd deur ’et bleekwater. Pas op dat ’et linnen in de kas niet vermoegen gaat. Zoek die zak deer vandaan: hij ligt er te vermeugen. ’Et hout langes de kant was helemaal vermookt. – Ook elders in N.-Holl. is vermoogd bekend (Navorscher 7, 321). Evenzo in Friesl. vermoogd (en vermogen) hout. In Gron. zegt men vermeukt, naar het schijnt ook alleen van hout (MOLEMA 447). – Vgl. Oost-Fri. mugge, moede, krachteloos, slap (KOOLMAN 2, 612 en 623), en Ned. meuk, meuken. – Zie ook muggen.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
vermogen  , vermeuge , vermogen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
vermogen , vermeugen , bijvoeglijk naamwoord , (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, zuid) = fatsoenlijk Een male ibbel, komt gien vermeugen woord oet (Odo)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
vermogen , vermeugen , vermogen , het , vermeugens , Ook vermogen = 1. vermogen Hij hef zien vermeugen ien laand estèuken (Ruw), Die boerderij is een vermeugen weerd (Zwin) 2. macht, kracht Het lig niet in mien vermeugen um dat veur je te doen (Sle), Ik heb het naor vermeugen wèer in örder maakt (Bei)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut