elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: verloten 

verloten  , verlotte , uitloten.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
verloten , verlotten , verlötten , zwak werkwoord, overgankelijk , (Zuid-Drenthe, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe). Ook verlötten (Zuidoost-Drents veengebied, Noord-Drenthe) = verloten Wij gaot de priezen verlotten (Wes), Wie gaot een zwien verlötten (Ros)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
verloten , verlotten , werkwoord , verloten
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
verloten , verlootere , zwak werkwoord , verlootere - verlooterde - verlooterd , verloten; Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - VERLOTEREN - door loteren losmaken; Blijft van da' slot af, ge zullet verloteren. De Jager (II:363) kent wel 'looteren', maar geen verlooteren
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut