elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: verlaten 

verlaten , [reinigen van beerput] , verlaten , een put (beerput): ledigen, reinigen. Verg. Putverlaters. Van een heymelicheyt te verlaten in die Zaelstraet, Rek. Buurk. 200.
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
verlaten  , verlaote , verlaten. Zich op eemes verlaote, iemand vertrouwen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
verlaten , verleite , werkwoord , Laten, verkopen. | Ik had ze maar voor voiftien gulden verleite moeten.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
verlaten , verlate , werkwoord , ruimen, leegmaken (KRS: Wijk, Werk, Scha) Ook in de Vechtstreek (Van Veen 1989, p. 135).
Bron: Scholtmeijer, H. (1993), Zuidutrechts Woordenboek – Dialecten en volksleven in Kromme-Rijnstreek en Lopikerwaard, Utrecht
verlaten , verlaoten , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , verlaten, eenzaam Hai woonde door zo ainzaom en verlaoten aachter in het veld (Eco), Hij woonde daor van God en alleman verlaoten (Geb)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
verlaten , verlaoten , sterk werkwoord, (on)overgankelijk , 1. verlaten De eend hef het nust verlaoten (Man), De mensen verleuten halverweg de vergadering (Bor) 2. verweiden (Zuidwest-Drenthe) De koenen verlaoten van het iene stok laand in het aandere (Wap), De koenen mut verlaot worden (Zdw) 3. (wederk.) op iem. of iets vertrouwen Op zukke mensen kun ie joe niet verlaoten, der is gien vertrouw op (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
verlaten , verlaten , verlatern , zwak werkwoord, wederkerend , Ook verlatern (Zuidoost-Drents veengebied), var. als bij laat = (zich) verlaten, iets later komen Ik heb mij verlaat, mar ik kun niet eerder (Emm)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
verlaten , verlaotn , 1. verlaten. 2. afstaan, overdoen aan. Ik verlaote oe ’t bies veur honderd euro.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
verlaten , verlaoten , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , 1. verlaten, achtergelaten, eenzaam 2. doods, door iedereen verlaten
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
verlaten , verlaoten , werkwoord , 1. verlaten, weggaan 2. achterlaten 3. verweiden
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
verlaten , verlaoten , (werkwoord) , verlöt, verliet, verlaoten , 1. verlaten; 2. em/zich verlaoten op ‘vertrouwen, rekenen op’. Op um ku-j oe verlaoten ‘op hem kun je vertrouwen’.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
verlaten , [vertrouwen op] , verlaote , zich verlaote, vertrouwen op , Ich verlaot mich gans op dich.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
verlaten , [weggaan] , verlaote , verlaten , Van God verlaote zeen.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
verlaten , verlaote , verlaten
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut