elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: verklungelen 

verklungelen , verklōngêln , vermorsen. Zooveel als: tot klōngels maken, en synoniem met: verflōddêrn.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
verklungelen  , verknungele , den tijd verprutsen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
verklungelen , veklongeld , veklungeld , verprutst, verknoeid.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
verklungelen , verklungeln , verklongeln, verklongern , zwak werkwoord, overgankelijk , Ook verklongeln (Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid), verklongern (Zuidwest-Drenthe, noord) = zoek maken, verkwanselen, verknoeien, verspillen Wat hej de bool weer verklungeld verknoeid (Bei), Hij gong zien hiele arfdiel verklongeln (Ker), Hij hef zien tied verklungeld (Bco), Kinder kunt je alles verklungeln (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
verklungelen , verklungelen , verklongelen , 1. zoek raken; 2. Gunninks woordenlijst van 1908: zoek maken; 3. verprutsen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
verklungelen , verklongelen , werkwoord , verklungelen, verbeuzelen, bijv. je tied verklongelen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
verklungelen , [verprutsen] , verklómmele , verprutsen
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut