elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: verkeer 

verkeer  , verkier , verkeer.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
verkeer , verkeer , zelfstandig naamwoord ’t , in de zegswijze vast verkeer hewwe, vaste verkering hebben (verouderd).
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
verkeer , verkeer , zelfstandig naamwoord , et 1. verkeer 2. voertuigen, personen op de weg
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
verkeer , verkieër , (onzijdig) , verkeer , ’t Verkieër weurtj aldaag drökker.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
verkeer , verkie~r , verkeer
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut