elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: verhuizen 

verhuizen , verhoezen , zie: dole 2.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
verhuizen , [van woonplaats veranderen] , vĕrhuuzĕlĕn , verhuizen.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
verhuizen  , verhoeze , verhuizen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
verhuizen , verhüüzen , zwak werkwoord , verhuizen. Verhüüzen kost berrestroo: verhuizen kost geld
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
verhuizen , verhuize , verhuizen , werkwoord en zelfstandig naamwoord , in de zegswijze verhuize(n) kost bedstro, verhuizen is dikwijls een kostbare aangelegenheid.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
verhuizen , verheuzje , verhuizen.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
verhuizen , verhoezen , verhuzeln , zwak werkwoord, (on)overanderlijk , Var. als bij hoes, ook verhuzeln (Zuidwest-Drenthe, zuid) = verhuizen Hij is de hiel femilie of ewest um te vertellen, det hij ging verhuzen (Bro), Ze hebt hum mit peerd en wagen verhoesd (Bov), Mien zeune is vlene weke verhuzeld (Ruw), (zelfst.) Wij hebt het verhoezen daon, nog even de schilderijen ophangen (Gas)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
verhuizen , verûzen , verhuizen. Verûzen kost beddestro ‘verhuizen is duur’
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
verhuizen , verhûize , verhuizen , Drie kirres verhûize kost éffeveul és inne kiir afbrande. Drie keer verhuizen kost evenveel als één keer afbranden. Verhuizen kost dus veel geld.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
verhuizen , verhuzen , verhuuizen , werkwoord , 1. verhuizen 2. iemands verhuizing uitvoeren 3. naar een andere plek/ruimte gaan 4. naar een andere plek brengen (van spullen) 5. verplaatst worden, i.h.b.: van bijenvolken naar elders, zodat ze daar honing kunnen winnen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
verhuizen , veruzen , (werkwoord) , veruzen, veruusd , verhuizen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
verhuizen , verhèùze , zwak werkwoord , "verhuizen; Van Delft - ""Verhuizen kost bedstroo."" Dit is: Verhuizen brengt steeds kosten mee. Hetzelfde wordt uitgedrukt door te zeggen: ""Driemaal verhuisd is eens afgebrand."" (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 109; 13 april 1929); Van Beek - Verhuizen kost bedstrooi. - Verhuizen brengt meestal vele ongedachte kosten mede. (Nwe. Tilb. Courant; Onze folklore afl. 4; 19 maart 1959); Van Beek - Driemaal verhuisd is eens afgebrand. (Nwe. Tilb. Courant; Onze folklore afl. 4; 19 maart 1959); verhèùze - verhèùsde - verhèùsd (geen vocaalkrimping)"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
verhuizen , verhoe~ze , verhuizen
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut