elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: verhorenĀ 

verhoren , verheurd , (deelwoord van: verheuren = verhooren); hij wordt nijt verheurd = hij wordt niet gehoord, zijn raad wordt niet gevraagd, of: die wordt niet in aanmerking genomen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
verhorenĀ  , verhuure , verhooren.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
verhoren , verheuren , verheuren, verheurd , verhoren.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
verhoren , verheuren , zwak werkwoord, overgankelijk , 1. ondervragen, een verhoor afnemen Zie hebt hum verheurd, maor hie wol niet bekennen (Gas), De plietsie mut de verdachte nog verheuren (Hol) 2. verhoren Zien gebed weurd verheurd (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
verhoren , vereuren , verhoren
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
verhoren , verheuren , werkwoord , verhoren, ondervragen, voornamelijk inzake politie, rechtbank e.d.
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
verhoren , vereuren , (werkwoord) , vereuren, vereurd , verhoren.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
verhoren , verhoren , horen, beluisteren van een te beroepen predikant.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut