elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: verheffen 

verheffen , verheffen , (zwak werkwoord, transitief) , Bij de papiermakerij. Het voor de tweede maal geperste papier vel voor vel opnemen en op de verhefstoel opstapelen. Zie heffen. || Aan een kuyp is noodig ... een jongen ... die ’t papier verhefft, dat is droog zijnde of eerst geparst, Hs. (18de e.), verz. Honig. – Vgl. verheffer, verhefbord en verhefstoel.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
verheffen  , verhöffe , boven zijn kracht opheffen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
verheffen , [zich vertillen] , verhöffe , zich verhöffe, zich vertillen , Laot ligke, dao verhöfs se dich aan.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
verheffen , zich verhöffe , verhöfde zich – zich verhöf , vertillen
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut