elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: verhaal 

verhaal , verhoal , verhal , zie: verraisd.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
verhaal , verhal* , Nederlandsch: op zijn verhaal komen.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
verhaal  , varhaol , verhaal.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
verhaal , verhaal , verhaol, verhael , het , verhalen , (Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe). Ook verhaol (Noord-Drenthe), verhael (Zuidwest-Drenthe, noord) = verhaal Wat een lang verhaal was dat!(Uff), As dat verhaol juust is, is het nait te best (Git), Der wordt nogal ies verhaalties verteld, die niet waor bint (Hijk)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
verhaal , verhaal , het , Var. als bij verhaal I = 1. mogelijkheid tot schadevergoeding Hij hef gien verhaal um wat terug te kriegen van die slimme lu (Wes), Nao drei maond hej gien verhaal meer (Ruw) 2. in op verhaal kommen uitrusten Wij kwamen deur de koffie weer wat op verhaal (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
verhaal , veraal , verhaal
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
verhaal , verhael , verhaeltien , verhaal.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
verhaal , verhael , verhaol , zelfstandig naamwoord , et 1. verhaal, vertelling 2. relaas 3. uiteenzetting van z’n denkbeelden, ideeën 4. herkrijging van krachten 5. mogelijkheid tot schadeloosstelling, verhaal halen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
verhaal , verael , (zelfstandig naamwoord) , verhaal.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
verhaal , verhaol , (onzijdig) , verhaole , verhäölke , verhaal , Verhäölkes vertèlle.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
verhaal , verhaol , zelfstandig naamwoord , verhòltje , verhaal; WBD III.3.1:250 'verhaal' = verhaal; A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - znw.o. 'verhaal' - ruimte, speling; (bijv.: tussen de eerste en de laatste mis op zondag); Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - VERHAAL znw.o., geen mrv. - ruimte, spel, plaats, waarin iets moet bewegen of draaien; grijp, vat: verhaal hebben op iemand; verhòltje - verkleinwoord; Henk van Rijen - verhaaltje; WBD III.3.1:252 'verhaaltje' = sprookje
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
verhaal , verhaol , verhaal
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut