elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: vergroten 

vergroten  , vergruëte , vergrooten.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
vergroten , vergroten , vergreuten , zwak werkwoord, overgankelijk , Ook vergreuten (Zuidwest-Drenthe, zuid) = vergroten Die foto wil wij vergroten laoten (Zwig)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
vergroten , vergrôote , zwak werkwoord , vergroten; B vergrôote - vergrotte - vergrot; - ook in tegenwoordige tijd vocaalkrimping: gij/hij vergrot; Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - VERGROOTEN, met 'zijn’ - grooter worden.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
vergroten , vergroeëte , vergroten
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut