elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: vereren 

vereren  , veriere , vereeren.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
vereren , verearn , werkwoord , ten geschenke geven. Eenn met wat verearn, iem. ergens een plezier mee doen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
vereren , vereren , zwak werkwoord, overgankelijk , 1. vereren, hoge achting toedragen Op het Oosterseveld vereert ze de Heilige Gerardus (Bco), Die middenveur vereren ze as een afgod (Eri), Die domnie wordt vereerd (Gie) 2. schenkend eren Hij vereerde heur mit een mooi kettendie (Hav), Daor wol ik oe nou ies mit vereren, mit det bloempien (Ruw) 3. schenken (Zuidwest-Drenthe, zuid) Dat hebt ze mij ies vereerd (Zdw), Ik zal heur wat vereren (Nije)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
vereren , vereren , werkwoord , vereren, eer bewijzen door te schenken, schenken
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
vereren , [vereren] , verieëre , vereren
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
vereren , verie~re , aanbidden; vereren
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut