elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: verblijf 

verblijf , [het verblijven] , verblijf , Ik weet er geen verblijf meê, d.i. ik weet er geen weg meê.
Bron: Bisschop, W. (1862), ‘Het Dordsche taaleigen. Bijdrage tot de kennis der Hollandsche dialekten’, in: De Taalgids 4, 27-48.
verblijf  , verblief , verblijf.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
verblijf , verblief , het , verblieven , verblijf Zie hebt een tiedelijk verblief in een zummerhoes kregen (Bor), Het verblief ien het ziekenhuus verveelde hum dikke (Ruw), Een gat in de grond, dat was zien verblief (Bei)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
verblijf , verblief , zelfstandig naamwoord , et; verblijf: het zich ophouden
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
verblijf , verblief , (onzijdig) , verblijf
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
verblijf , verblijf , raad; weg; ’k weet ’r geen verblijf mee
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.
verblijf , verblèèf , zelfstandig naamwoord , verblijf; Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - VERBLIJF znw.o. – Gee(n) verblijf me(t) iet weten - geen blijf ..
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut