elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: var

var , ver , stier.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
var , var , vár , m , [D.: der Varre] stier(kalf); lompe vár lomperd.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
var , var , stier.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
var , var , stier
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
var , vaor , 1. stier; 2. mannelijk volwassen dier in het algemeen.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
var , var , zelfstandig naamwoord , stier (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut