elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: veertig 

veertig , feertig , Veertig.
Bron: J.A.V.H. (18e eeuw), Haagsch Nederduitsch woorden-boekje. Den Haag: Johannes Mensert. Uitgegeven in: Kloeke, G.G. (1938), ‘Haagsche Volkstaal uit de Achttiende eeuw’, in: Tijdschrift voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde 57, 15-56.
veertig , firtîg , (Westerkwartier) = fijrtig, fairtig (Goorecht, Oldampt, Hoogeland) = veertig. Maar: virtien; vijrtien, vairtien, enz. (De beschaafde uitspraak van: veertig, en: vijftig is: feertig, fijftig.)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
veertig  , viërtig , veertig.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
veertig , veerteg , telwoord , 40
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
veertig , fértig , veertig vijfenvértig). vijfenveertig.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
veertig , fatteg , veertig
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
veertig , fértich , veertig.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
veertig , veertig , virtig , telwoord , Met verkorting ook virtig = veertig Nummer veertig van schoenen is mij te klein maat veertig (Klv), Hij is pas virtig worden 40 jaar (Bei), Het leven begunt bie veertig (Ros), Hij is al dik in de veertig (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
veertig , virtig , veertig.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
veertig , veertig , veertig
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
veertig , veerteg , veertig.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
veertig , veertig , (telwoord) , veertig.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
veertig , firtig , veertig
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
veertig , fieërtig , veertig
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
veertig , firteg , telwoord , veertig; Cees Robben – ’n rôôs van firtig jaor... (19660311) [een mooie oudere vrouw]; Cees Robben – ’n slengske in oew neus en firtig kôôrs... (19821001); B firtig
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
veertig , fertig , veertig
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut