elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: veegsel 

veegsel  , vaegsel , veegsel.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
veegsel , veegsel , het , veegsels , veegsel, het opgeveegde Het veegsel zat under de mat (Zwe), Zie veegde het veegsel op het motblik (Erf)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
veegsel , vèègsel , zelfstandig naamwoord , veegsel; WBD vèègsel (II:1012) - weefselafval
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut