elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: Vastenavond 

Vastenavond , vastenavent , vasteravent = Vastenavond. Er bestaat nog eene familie Vasteravends.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
Vastenavond , vasteloavênd , vastenavond. Vgl. drinkeldobbe.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
Vastenavond  , vastelaovend , vastenavond.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
Vastenavond , vasloawnd , Vastenavond
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
Vastenavond , vâstelaovend , m , vastenavond.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
Vastenavond , vasteleivend , zelfstandig naamwoord ’t , Verouderd voor vastenavond.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
Vastenavond , vastelaovent , zondag vóór Aswoensdag, vastenavond.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
Vastenavond , vasseloamd , vastenavond.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
Vastenavond , vastenoamd , vastenavond.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
vastenavond , vasselaovend , de , (Pdh, Scho) = vastenavond Hij is zo drok as de pan van vasselaovend (Pdh)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
Vastenavond , váástenaovend , vastelaovend , vastenavond, carnaval.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
Vastenavond , vaastelaovend , vastenavond , Ge moet vaastelaovend meej vraauwe én pôsse meej de pestóór haauwe. Je moet Vastenavond met vrouwen en pasen met de pastoor vieren. De juiste dingen op het juiste moment doen.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
vastenavond , vaastenaovend , zelfstandig naamwoord , de; vastenavond
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
Vastenavond
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
Vastenavond , vààstenoovend , vastenoovend , 1. vastenavond; 2. carnaval
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
Vastenavond , vastenaovend , (zelfstandig naamwoord) , vastenavond.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
Vastenavond , vastenaovend , carnaval, de 3 dagen (zondag, maandag en dinsdag) voorafgaand aan de 40-daagse vasten, Pasen is bepalend voor de datum van de eerste carnavalsdag, Paa , zo druk hebbe as n panneke vastenaovend = het heel erg druk hebben-
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
Vastenavond , Vâstenôvund , Vastenavond
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
Vastenavond , vastenaovend , vastelaove(n)d , zelfstandig naamwoord , vastenavond, carnavalsdinsdag (Tilburg en Midden-Brabant); vastelaove(n)d; vastenavond, carnavalsdinsdag (West-Brabant; Den Bosch en Meierij; Eindhoven en Kempenland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
Vastenavond , [carnaval] , Vastelaovendj , (vrouwelijk) , carnaval , Vastelaovendj same!
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
Vastenavond , vastenaovend , vaastenaovend, vastelaovend , zelfstandig naamwoord , "vastenavond; Van Delft - Iemand, die veel beweging over een werkje van weinig beteekenis maakt, en doet alsof hij het er zeer druk mee heeft, voegt men toe: ""Hij heeft het zoo druk als de pan met vastenavond."" Ook wel: ""Zoo druk als een pruikemaker met één klant."" - Van een onhandig iemand zegt men, dat hij is ""bijdehand, als een pan zonder steel"". (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 117; 5 juni 1929); Pierre van Beek – ""Hij heej 't zô druk as de pan mee Vastelaovond"" (…) speciaal gezegd (…)van iemand, die over een werk van weinig betekenis veel drukte maakt. (Tilburgse taalplastiek 13 Nieuwe Tilburgse Courant – donderdag 11 mei 1950); P gez. Ze han et zó druk as de pan meej vastenaovend. DANB Vastenaovend wòrdt nie mir gevierd; Henk van Rijen - 'vaastelaovend, vaastenaovend'; WBD III.4.3:229 vastenaovendgèk(ke) - sneeuwklokje (Galantthus nivalis); Dirk Boutkan (1996) - (blz. 94) 'vastenaovend wòrt nie veu(l) mir gevierd'; A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - ; znw.m. 'vastelavond' - vastenavond; Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - VASTELAVEND znw.m. - vastenavond; zie Zie Dossier Pannenkoek; vastenavond; Cees Robben – Ik heb’t zôô druk as ’n pan op vaasten-aovend (19671006) [op Vastenavond werd traditioneel pannenkoek gebakken; de bakpan had het die avond druk]"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
Vastenavond , vastelaovend , Vastenavond; carnaval
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut