elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: uitstapje 

uitstapje  , oetstepke , uitstapje.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
uitstapje , uutstäppie , uitstapje.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
uitstapje , oetstappien , het , oetstappies , uitstapje De aolden maakt vandaag een oetstappie (Wijs)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
uitstapje , uutstâppien , uitstapje.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
uitstapje , uutstäppien , (zelfstandig naamwoord) , uitstapje.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
uitstapje , oetstepke , (onzijdig) , uitstapje
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
uitstapje , ötstapke , zelfstandig naamwoord, verkleinwoord , verkleinwoord; uitstapje; Kees & Bart (ca. 1935): 'ötstapke'
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut