elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: uiterste 

uiterste  , uuterste , uiterste.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
uiterste , oeterste , het , Var. als bij oet = 1. het uiterste Wat is het oeterste, wat ij veur die koe vraogt de uiterste prijs (Bor), Hie drif mij tot het oeterste (Eke), Hij wil het oeterste en de baaide enden hebben alles (Row), Ik zul mar niet tot het uterste gaon, mien jonge, dat kan oe nog wel ies opbrèken (Ruw) 2. levenseinde (Zuidwest-Drenthe) Het is gauw mit hum gebeurd; hij lig op het uterste op sterven (Mep)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
uiterste , uterste , zelfstandig naamwoord , et; verste punt, hoogste graad, uiterste mogelijkheid e.d.
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
uiterste , oeterste , uterste , (onzijdig) , het uiterste , ’t Uterste van emes vraoge/verlange. Toet ’t uterste gaon. Toet ’t uterste gaon. ’t Uterste van emes verlange.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
uiterste , oeterste , uterste , uiterste , Zien oeterste/uterste bès(t) doon.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
uiterste , öster , zelfstandig naamwoord , "achterste, derrière; op oewen öster valle - op je gat vallen; Cees Robben – Ge zèèd nie goed aon oewen öster... (19670908); N. Daamen, woordenlijst 1916: ""ik viel op m'nen öster (achterste); hij kreeg vur z'nen öster (billen)""; 1974 (ca.) - öster – (dialect) - ""Hij is op z'nen öster gevallen "" ""Hij heej z'nen öster flink gestôôte"" - ""öster"" = achterste - is afkomstig van 'uiterste’. (Pierre van Beek – typoscript Archief Pierre van Beek); Pierre van Beek – Tussen deze bedrijven door schiet ons echter nog een ""öster""-uitdrukking te binnen nl. ""Hij is op z'nen öster gevallen!"" En dit heeft met wegen niets meer te maken. Men bedoelt dan dat gedeelte van de rug, waar deze van naam verandert. Waar men het vandaan haalt is ons een raadsel!; OSTER 5 Pierre van Beek – Veertien dagen geleden hebben we hier stilgestaan bij de unster en in verband daarmede bij de uitdrukking: ""Hij is op z'nen öster gevallen."" We dachten, dat deze Tilburgse uitdrukking niets met het weegapparaat te maken had. Thans is Louis van Dorrus Misters zo vriendelijk het raadseltje van de afkomst, zoals hij die ziet, op te lossen. Hij herinnert er aan, dat men de veer-unster, waarover wij het hadden, wel gemakkelijk in de zak kan steken, maar... niet zo gemakkelijk er weer uithalen. Dit wordt namelijk bemoeilijkt door de aanwezige haak, die in de stof blijft steken. Hij vindt het daarom natuurlijk, dat na het gebruik de öster werd opgehangen aan de broeksband. En wel achter op de dij. Aan de voorkant zou hij namelijk kunnen hinderen met 't bukken en opnemen van zak of pak. Viel nu Jan de ""toddekrèmer"" op z'n derrière, dan kon hij gemakkelijk letterlijk ""op z'nen öster"" vallen met alle nadelige gevolgen van dien omdat de haak pijnlijke verwondingen mogelijk maakt. Daar zo'n voddenkoopman gewoonlijk een bekende figuur was, ging het verhaal van Jan, die ""op z'nen öster gevallen"" was al spoedig van mond tot mond. Daarna is de uitdrukking in de volksmond blijven leven - ook al betrof het een val, waar helemaal geen unster of verwonding meer bij betrokken was. Aldus L. v. D. M., die in ieder geval een vernuftig gevonden verklaring geeft. (Tilburgse taalplastiek 10 Nieuwe Tilburgse Courant – zaterdag 8 april 1950)"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut