elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: uitbesteden 

uitbesteden , oetbesteden , aanbesteden, en: aanbesteding; dat zel oetbesteed wor’n, nijt in daghuur; mör’n is de oetbesteden. (v. Dale: uitbesteden = een aangenomen werk geheel of gedeeltelijk aan anderen overdoen.)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
uitbesteden  , oetbestaeie , uitbesteden.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
uitbesteden , útbestiääden , [útbәstĭǣñ] , uitbesteden
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
uitbesteden , uitbestede , werkwoord , in de combinatie z’n oigen uitbestede, zich als arbeider verhuren.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
uitbesteden , uutbestèèn , bestèèn uut, uutbestèèd , uitbesteden.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
uitbesteden , oetbesteen , zwak werkwoord, overgankelijk , uitbesteden Ik heb dat wark uutbesteed (Klv), Kun ij dat wicht niet oetbesteen als dienstmeid uitbesteden (Oos)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
uitbesteden , uutbesteen , werk door een ander bedrijf laten uitvoeren. Hie hef ’t wârk uutbesteedt bie de loonwârker.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
uitbesteden , uutbesteden , werkwoord , 1. werk of een deel van het werk in opdracht doen uitvoeren door anderen 2. bij een ander onderbrengen ter verzorging, om onder goed toezicht te zijn, omdat men zelf iets anders moet 3. als knecht of meid aan het werk doen zijn, met name bij een boer
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
uitbesteden , uutbesteden , (werkwoord) , besteden uut, uutbesteed , uitbesteden.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut