elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: tonen 

tonen , toonen , tönen , (zwak werkwoord) , toonen.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
tonen , tönen , Geuren. Sam. Tönbaas, geurmaker.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
tonen  , tuine , aantoonen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
tonen , töönen , zwak werkwoord , tonen
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
tonen , teûne , er uitzien Dè teunt nie! Dat ziet er niet uit!
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
tonen , teunen , laten zien.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
tonen , teunen , ogen.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
tonen , teunen , teunen, eteund , 1. bij elkaar passen, ogen; 2. tonen.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
tonen , teunen , tonen , zwak werkwoord, overgankelijk , (Zuid-Drenthe, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe). Ook tonen (Zuidoost-Drenthe, Midden-Drenthe, Veenkoloniën) = tonen, laten zien IJ moet mar teunen, waj wèerd bint (Wee), Teun toch ies wat belangstelling! (Die), Die jas teunt niks lijkt niet (Man), Het peerd teunt zuk goud komt goed voor de dag (Zui), Die stal teunt niet zo daarin komt het vee niet goed uit (Dwi), De kou het een mooi uur, hie toont wel (Wtv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
tonen , teunen , tonen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
tonen , teunen , 1. tonen; 2. babbelen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
tonen , teunn , tonen. Teunt dan dâj bèèter op wilt passn, preuties daor hej niks an.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
tonen , tonen , teunen , werkwoord , 1. tonen: laten zien 2. een bep. indruk geven, eruitzien
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
tonen , tôône , werkwoord , tôôn, tôônde, getôônd , tonen Het tôônt daer glad niet, het ôôgt zôôgezaaid niet Het komt daar helemaal niet goed uit, het oogt zogezegd niet
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
tonen , tuuwene , tonen
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
tonen , teunen , (werkwoord) , teunen, eteund , tonen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
tonen , tuine , tuintj, tuindje, getuindj , tonen , Det tuintj good: dat ziet er goed uit.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
tonen , [fratsen] , tuuen , (tuue\n) , fratsen , Hoeal gein gekke tuuen oet, menke!
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
tonen , tôone , teune , zwak werkwoord , tôone - tonde - getond; teune - tunde - getund , laten zien; WBD III.4.4.301 'tonen' = gelijken; met vocaalkrimping in tegenwoordige tijd: tont; teune; de indruk wekken, tonen (doch passief); vocaalkrimping ook in tegenwoordige tijd: gij/hij tunt; M Hij tunt wèl fèfteg - Hij wekt de indruk wel vijftig jaar te zijn; WBD III.l.l:240 'teunen' = tonen; A.P. de Bont – Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - ; zw.ww.intr. tonen' - een fraai voorkomen hebben, uitkomen. Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - TOONEN - getuigen, getuigenis afleggen; een fraai voorkomen hebben; schijnen, het uitzicht hebben van; tunt - de indruk geven (tonen, doch passief); M Hij tunt wèl fèfteg. - Hij wekt de indruk wel vijftig jaar te zijn. – teune - tunde - getund; J.H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen (1836) - TOONEN, vroeger ook voor 'vertoonen'. Z.a.; tunde - Henk van Rijen - toonde
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut