elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: tikker 

tikker  , tikker , hoofd.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
tikker , tikker , de , tikkers , diegene die moet tikken bij een spel Even potten wel de tikker is (Bei)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
tikker , tikker , zelfstandig naamwoord , tikkers , tikkertie , [O] arreslee voor twee personen, die kleiner is dan de gebruikelijke slee
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut