elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: telefoon 

telefoon  , tillefoon , telefoon.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
telefoon , telefoon , tillefoon , de , Ook tillefoon = 1. telefoon Telefoon is wal gemakkelijk (Sti) 2. telefoontoestel De telefoon is al verscheiden keer overgaon (Zwe), ’s Nachts gonk de tillefoon (Uff) 3. (verkl.) telefoontje Waog der maar een telefoontien an (Nsch)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
telefoon , tillefoon , (zelfstandig naamwoord) , telefoon. Zie ook: lulapperaat, luliezer.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
telefoon , tillefoon , telefoon , Tillefoonstrôt. Telefoonstraat. De vroegere Telefoonstraat is nu de Monseigneur Cuytenlaan
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut