elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: tegenwoordig 

tegenwoordig , tegenswoordig , tegenwoordig.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
tegenwoordig , teensworîg , thans; ook Gron.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
tegenwoordig , teensworîg , tegensworîg , (tegenswoordig, klemtoon op swo) = thans, in dezen tijd, bij v. Dale: tegenwoordiglijk (weinig gebruikt). In de beteekenis van: aanwezig, wordt het woord niet gebruikt.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
tegenwoordig , tegenswoordig , teugenswoordig, teugeswoordig. , (bijwoord) , Thans. Zie de wdbb. || Ze is teugeswoordig alan (telkens) ziek. – Ook: op dit moment, voor het ogenblik, nu. || “We gane nou een boltje (boterham) mit garreneel klaar make en den an de schaft, zait Griet. Bidde zelle we morge wel doen.” “Ja, bidde, zait Train, ken ik teugenswoordig niet”, Sch. t. W. 279.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
tegenwoordig , tegenswoordig , tegenwoordig, vooral als bijwoord in de beteekenis van: thans; ook als bijvoeglijk naamwoord: in de tegenswoordige tied; ʼt komt ook elders voor.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
tegenwoordig  , taegeswaordig , tegenwoordig.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
tegenwoordig , teggeworrig , teggesworrig , tegenwoordig, vandaag de dag; jong spul van téggeworrig (o) jeugd van tegenwoordig.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
tegenwoordig , teegn’sworeg , tegenwoordig
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
tegenwoordig , teugeswoordig , bijwoord , Variant van tegenwoordig, heden.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
tegenwoordig , tizzewoorech , tegenwoordig.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
tegenwoordig , teejgeswòrrig , bijwoord , tegenwoordig.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
tegenwoordig , tegenwoordig , tegenswoordig, tingenswoordig , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , Ook tegenswoordig (Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied), tingenswoordig (Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe) = tegenwoordig, thans, vandaag aan de dag De hure is tegenwoordig hoge (Bro), Ik kan er niet meer opkommen, zo dorrelig bin ik tingenswoordig (Hijk), Men hef het tegenswoordig aal zo drok! (Bor)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
tegenwoordig , tiggeworrig , tegenwoordig.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
tegenwoordig , tegensworig , tegenwoordig , tegenwoordig
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
tegenwoordig , teegnswoordeg , tegenwoordig.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
tegenwoordig , teegewórreg , tegenwoordig , Die maastespélle meug'de teegewórreg nie mér meejnèmme, dan kréd'de 'n percéés. Dennennaalden mag je tegenwoordig niet meer meenemen, dan krijg je een proces.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
tegenwoordig , teugeswoordeg , tervooreg , bijwoord , [veroud] tegenwoordig ’t Is toch wat mettie jeugd van teugeswoordeg Het is toch wat met die jeugd van tegenwoordig Ook tervooreg [Sch]
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
tegenwoordig , tiggewôrrig , tiggeswôrrig , tegenwoordig
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
tegenwoordig , tegeworrig , tegenwoordig
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
tegenwoordig , tiggeworrig , tiggesworrig , tegenwoordig , ’t Is tiggeworrig nie mér zoo ás vruuger. Het is tegenwoordig niet meer zo als vroeger.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
tegenwoordig , tirresworreg , teegesworreg, teegeworreg , bijwoord, bijvoeglijk naamwoord , tegenwoordig (variant op 'teegesworreg'); Cees Robben – Vruuger han jong snotneuze.. en tirreswôrrig hebben snotneuze vort jong... (19790817); Cees Robben – Wes’t tirrisworrig toch unne vremde tèèd war... (19810821); A.P. de Bont – Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - bijw. 'terrewoorrig' - tegenwoordig; tegenwoordig; Kees en Bart - in Tilburgsche Post 1922-193? - 'tegensworrig'; tegesworrig; 'tegeworrig'; R.J. de wèèvers van den teegesworregen tèèd; De tegesworrige wereld wil veuruit! (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; ’Oome Teun als opvoeder’; feuilleton in 6 afl. in NTC 2-3-1940 – 6-4-1940); ...zooas ge ze tegesworrig nie meer ziet... (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; ’Oome Teun in den trein’; NTC 16-9-1939); ...den goeien aawen tijd toen alles nog veul beter was as tegesworrig... (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; De nuuwe kapelaon van Baozel, afl. 3; NTC 15-10-1938); Cees Robben - 'tirrisworrig' (bis); De Wijs – Teugeswoorig is ’t ammaol ‘love’ en ‘sweet’ mar zô’n ze wel wete dè ’n lèven lang kan zèn. (1965); ‘Die pannen van tegesworrig hebben ammel van die dunne bôjems, daor zèn gin goeie pannen te kôop,’ zizze dan. (Lodewijk van den Bredevoort – ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006); Stadsnieuws - Ge wit teegesworreg nie nir wàor ge òn toezèèt (011109); Dirk Boutkan (1996)  - (blz. 94) teegesworreg spinne ze allêeneg nòch mar meej mesjienes; Mar ik dòcht: hup, vurèùt, want teegesworregs lèèket wèl òf iederêen goed intersaant meej ene kòllum in de puubliesietèèt verschènt. (Tillie B.: pseudoniem van Nicole van Wagenberg; uit een column van haar website ‘Tilburgs Taolbuuroo’, 2012); A.P. de Bont – Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - ; bijw. 'tegenswoordig' - tegenwoordig; Jan Naaijkens - Dès Biks – (1992) - teejgeswòrrig bijwoord - tegenwoordig; WNT TEGENWOORDIG - voorheen en nog gewestelijk ook: TEGENSWOORDIG; teegesworreg; Interview Jolen - 1978 - “Òch kèk, nòg en hille verzaameling siegaarebandjes…jè…van allerande…van de teegeworrege tèèd”. (transcriptie Hans Hessels, 2013)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
tegenwoordig , tiggewaordig , tegenwoordig
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut