elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: tante 

tante  , tant , tante (lang uitspreken).
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
tante , taande , tanne , tante. Dat is mien taande. Maar: tanne Grietje
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
tante , tante , zelfstandig naamwoord de , in de zegswijze as m’n tante ’n snor had, was ze m’n oum(e), spotreactie in de zin van: het is nu eenmaal niet zoals het had kunnen zijn, aan loze veronderstellingen heb je niets.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
tante , tante , de , tantes, tanten , 1. tante Dat is een tante van mien moe’s kante (Bov), z. ook muui 2. vrouwspersoon Dat is een potige tante (Gas)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
tante , tante , taante , zelfstandig naamwoord , de; tante; een dikke tante een dikke vrouw, een lastige tante een niet bep. gemakkelijke vrouw
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
tante , tante moej , oudtante
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
tante , tante , (zelfstandig naamwoord) , tante. Vroeger: meuie.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
tante , tante , koe die haar melk aan een vreemd kalf geeft (W.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
tante , tant , (vrouwelijk) , tantes , tentje , tante , Och, dao kumtj tentje weer.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
tante , taant- , voorvoegsel , tante; voorvoegsel bij een eigennaam; Bij Lidwien van ons Taantida, moese alle krullen der [bij de kapper] aon geleuve, dè kostte wè méér tèèd. (Lodewijk van den Bredevoort – ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
tante , taante , zelfstandig naamwoord , tante; Cees Robben - We ist tòch enen blòk van en kèènd, taante; Cees Robben - Ik hèb zeuve kènder, zi óns taante Wies; Henk van Rijen - 'ons taant Ant waar vruug vendaog'; Henk van Rijen - 'taante nunneke' - aanspreektitel voor een tante die non is; WBD III.2.2.76 'tante’ = idem; ook 'moet’ of ‘moetje'; taante zuster - uitdrukking; WTT 2013 - aanspreekvorm voor een vrouwelijk gezins- dan wel familielid dat in het klooster was getreden
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
tante , tant , tantes , tante
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut