elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: subiet 

subiet , siebot , (op een’) = oogenblikkelijk, eensklaps, op een’ spronk.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
subiet  , sebiet , dadelijk.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
subiet , sebiet , meteen, direct. [Ove]
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
subiet , sebiet , bijwoord , 1. Subiet, plotseling. | Hai sting sebiet vóór m’n. 2. Terstond. | Je moete sebiet thuiskomme.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
subiet , sebiet , bijwoord , subiet, aanstonds, meteen. Zie ook: aachtermekaare.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
subiet , sebiet , subiet , bijwoord , Ook subiet = direct, onmiddellijk As hie wat in het zin hef, dan mut het sebiet gebeuren (Oos), Wil ie wel ies sebiet maken daj bij mij koomt! (Dwij), Ik heb hom zegd dat daor wat te koop was; hai is er subiet aachteran gaon (Rod)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
subiet , sebiet , nu meteen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
subiet , sebiet , subiet
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
subiet , sebiet , meteen , Ik kom sebiet ik zéij meej dees geklóój zó goed és klaor èn dan kom ik 'r ôn. Ik kom meteen ik ben met dit akkefietje zo goed als klaar en dan kom ik eraan.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
subiet , sebiet , subiet , bijwoord , 1. beslist, zeker 2. direct, meteen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
subiet , sebiet , bijwoord , subiet, direct, spoorslags Ik moster sebiet naer toe Ook hôôd-overbol
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
subiet , sebiet , meteen
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
subiet , subiet , meteen
Bron: Peels-Mollen, J. met werkgroep Weerderheem in Valkenswaard (Ed.) (2007), M’n Moederstaol. Zôô gezeed, zôô geschreeve. Almere/Enschede: Van de Berg.
subiet , sebiet , (bijwoord) , onmiddellijk, direct. Ik komme sebiet naor oe toe.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
subiet , sebiet , direct
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
subiet , sebiet , subiet dadelijk, onmiddellijk , ik kom sebiet
Bron: Gast, C. de (2011), ’t Boekske van de Aolburgse taol, Wijk en Aalburg: Stichting behoud Aalburgs dialect.
subiet , sebiet , zelfstandig naamwoord , meteen, dadelijk, aanstonds (Helmond en Peelland; Land van Cuijk; Tilburg en Midden-Brabant; West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
subiet , siebòt , zelfstandig naamwoord , "WTT- 2013 - De uitspraak is niet vastgesteld, dus ook niet op welke lettergreep de klemtoon ligt; ineens, plotseling, op staande voet; de handeling die beschreven wordt bevat altijd een element van verrassing of onverwachtheid. - in Tilburg meestal in de bijwoordelijke uitdrukking 'op ene siebòt'; - elders, en vaker in Vlaanderen als gewoon bijwoord: 'siebots'; - de uitspraak lijkt, gezien de uiteenlopende spelling in geschreven bewijsplaatsen, te hebben gevarieerd: sjiebòt, schibbot, sjibbot; Tilburgse bewijsplaatsen; N. Daamen - Handschrift 1916 – ""siebot - ze mos er op 'ne siebot uit (onverwacht)"" [op staande voet ontslagen]; Van Delft - ""Die knecht is er op ne schibbot uitgetrokken"": Hij heeft onverwacht en zonder voldoende opzegtermijn in acht te nemen zijn ontslag genomen. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 117; 5 juni 1929); Wie er ""op 'nen schibbot uittrekt"" (een dienstmeid bijv.) neemt onverwacht ontslag. Dus zonder de gebruikelijke opzegtermijn in acht te nemen. (Tilburgse taalplastiek 13 Nieuwe Tilburgse Courant – donderdag 11 mei 1950); Naarus - Ik staauwde weg, en op innen siebot kwaamp ik terug en hak me in plattebuiskachel gekocht om te zoene, pekaant vur niks. (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra); Van Beek - ""op unne siebot"" is: ineens, vlug. (Nwe. Tilb. Courant; Typisch Tilburgs afl. XI; 10 jan. 1958); Anoniem – 1959 – ; Nillus hee dè gevalleke noot nie verzwege, Dettie op unne siebot gedaon ha gekrege, (Nieuwe Tilburgse Courant - donderdag 19 november 1959; Uit Tilburgs folklore - 'n Kaoi rikkemedaosie); Cees Robben - Ik ben bij de fraters weggegaan, en niet zomaar „op unne siebot"" zo ze in Tilburg zeggen. (in: Fraters, ca. 1980); Henk van Rijen –  'siebot' - vlug, snel, ineens; 'sjiebòt' - plotseling, bij verrassing; Stadsnieuws - Hij wier op ene siebòt dur de mister öt de klas gestuurd èn hij hò niks gedaon (261108); Andere vermeldingen; J.H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen (1836) - Siebot, Z.a. Bont: sibot, zelfstandig naamwoord m. 'siebot' (vooral in de verb. 'op enen siebot' - opeens, op stel en sprong, zonder overgang of voorbereiding, dus onverwachts; Cornelissen en Vervliet - SIEBOT, znw., m. — Op ' ne(n) siebot, op eenen oogwenk, oogenblikkelijk, dadelijk (...) 't Was op 'ne' siebot gedaan. Wacht 'en bitje, op 'ne' siebot ben ek bij u. SIEBOTS, bijwoord — Op 'nen siebot, schielijk , plotseling. Hij is siebots gestorven, zonder bichten of berichten. Da' niefs komt zoo siebots en zoo onverwacht. Idioticon van het Antwerpsch dialect (stad Antwerpen en Antwerpsche Kempen); Gent 1899). Hees siebot > sebiet (II:12); Etymologie - speculaties; 1. Uit Frans 'sitôt' lijkt niet juist; Pierre van Beek - De dienstmeid was er ""op 'nen siebot (ook wel sjiebot) tussen uitgetrokken"" betekent, dat zij haar dienst plotseling had verlaten zonder een opzegtermijn in acht te nemen. Men kan in onze streken iets ""sibots"", dat is plotseling doen. Bij de Vlaamse schrijver Felix Timmermans ontmoetten wij: ""Hij kende hem op ne sibot"". Ook daar heeft het vreemde woord de waarde van plotseling. Laat ons nu denken, dat we hier te maken hebben met  een verbastering van het Franse ""sitot"", dat ""zo gauw"" of ""zo spoedig"" betekent! (Tilburgse Taalplastiek, 146, 13-1-1972; Nieuwsblad van het Zuiden); Uit jiddisch - onjuist; Pierre van Beek - De dienstmeid was er ""op een sjibbot tussen uitgetroksubietken"" en daarmee had zij haar mevrouw eensklaps in de steek gelaten, zonder zelfs ook maar een opzegtermijn van hoe kort ook in acht te nemen. (...) De herkomst van dit wat jiddisch aandoend woord kunnen we niet thuisbrengen, ook niet al weten we, dat in onze streken ook gesproken wordt van ""iets siebots doen"". Ook dit ""siebots"" heeft  daar de waarde van ""plotseling"". (Tilburgse Taalplastiek, 146, 23-3-1972; Nieuwsblad van het Zuiden); 3. Uit Frans 'aussitôt' en Nederlands 'subiet' - zeer onwaarschijnlijk; C. Verhoeven - Herinneringen aan mijn moedertaal – Belangrijke dingen moesten soms 'op 'ne siebot' gebeuren. Ik vermoed dat die uitdrukking een verbastering is van 'aussitôt' en 'subiet', maar zulke dingen zijn moeilijk vast te stellen. Etymologie; - De meest aannemelijke verklaring is die van het WNT, lemma BOT I.A.2.a, waar de uitdrukking 'Op een bot' besproken wordt. Dit zelfstandig naamwoord 'bot' = 'een onwillekeurige stoot, schok van een voorwerp op iets anders'. 'Op een bot' is 'oneigenlijk gebruik' van dit bot, in 1895 reeds verouderd of slechts gewestelijk gebruikt. WNT: Op een bot, voorheen alom zeer gebruikelijk (in Noord-Brabant nog in deze eeuw [19de] het zeker wel verwante op een siebot, zie HOEUFFT, 541); verg. in dezelfde beteekenis eensklaps op een stuit 25, 357), fr. tout d' un coup, it. di botto en voorts BOF (III), I, 5) en BOT (X), II, B, 3). Meestal in den zin van: plotseling, op eens, zonder overgang of voorbereiding en dus onverwachts. - Andre (plannen), genoegh had 'er Don Louis in 't hooft, die alle te gelyk, en op een' bot, verstooven. Want een' heftighe koorts … maakt' hem tot een lyk, in den tydt van vyf daagen, HOOFT, 446 [1642]."
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
subiet , sebiet , bijwoord , "direct, meteen; Van Fr. 'subit' < lat. 'subitus', met vocaalreductie; Ik koom sebiet. N. Daamen - Handschrift 1916 – ""sebiet - dadelijk""; VEUR LEUWKE BROUWERS-VAN MAAREN. As moeder naor d'r zeuntje ziet; zo gauw hi gift 'n schreuwke, dan kust z' 'm up z'n kaok sebiet... (Een busselke Braobaansch, H.A. Sterneberg sj, 1932); - Ik gonk er sebiet op uit. (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra); ""We komen sebiet bij Bartjes buurten, mond dicht!"" (Kubke Kladder; ps. v. Pierre van Beek; NTC; Uit ‘t klokhuis van Brabant 8; 31-12-29); Ik hè daor 'n heel rits van rejens veur waorvan ik er sebiet aachter mekaar vier kan opnoemen. (Kubke Kladder; Uit 't klokhuis van Brabant 1 – Nieuwe Tilburgsche Courant 9 oktober 1929); Naarus - ca. 1940: ...zonne regenjas vervilt me sebiet... Naarus - ca. 1940: ...Ik gonk er sebiet op uit. ; Naarus - ca. 1940:  Mistal is ’t bezit van de zaok ’t end van ’t vermaok en mot er wir sebiet wèddaanders komen... Naarus - ca. 1940: begos ie al sebiet op te scheppe... kwokker nog mar is in wèltje; Naarus - ca. 1940: ...bij Uilie, mar ‘k kan hier zo slecht weg, aanders kwaamp ik sebiet. De Wijs  – Sebiet bettiejoe (feb. 1962); Cees Robben - en subiet bètjoeoe...’ – en so meteen bij hij [de hond] je - (19550528); Cees Robben – Sebiet zakkoewis onder oew sakkerment schuppe... (19870828); Cees Robben – Die praot van subiet in plaots van zommedeene.. (19680823); Piet van Beers – ‘1ste Lezing uit Lukas 15’: èn haol ok subiet 't vetste kalf öt 't hok. (Spoeje doemmeniemer; 2009); Piet van Beers – ‘Praaj’: En Bal, die toog sebiet op pad... (Spoeje doemmeniemer; 2009); Buuk 'sebiet dan is et mèèrege' - titel van een carnavalslied; A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - ; səbi.it resp. (vaker:) səbit, bijw. 'subiet' - dadelijk, aanstonds; S. G. blz. 90, 111, 113, 155, 252, 324 (aant. Witters); Jan Naaijkens - Dès Biks (1992) - sebiet bw - subiet, aanstonds, meteen; Hees sebiet (II:12); WNT SUBIET - plotseling, onverwacht; dadelijk, onmiddellijk, direct"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut