elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: straf 

straf , straf , 1) sterk. 2) gestreng, wreed. , 1) Een straffe vent. Die touw is niet straf genoeg. Gij gaat te straf . 2) Hij handelt straf,
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
straf , straf , (bijvoeglijk naamwoord) , scherp, krachtig.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
straf  , straf , gestrekt.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
straf  , straof , straf.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
straf , straf , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , straf, stevig Der stun een straffe wind (Gas), Hie hef een straffe hand (Oos), Die kan straf drinken (Klv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
straf , straf , straffe , de , (Zuidoost-Drenthe, Noord-Drenthe). Ook straffe (Zuidwest-Drenthe) = straf Daor stiet lange gien straffe genog op (Koe), Hij mus veur straf in de houk staon (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
straf , straffe , straf
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
straf , straffe , straf.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
straf , straf , bijwoord , erg Straf zonneg Erg zonnig
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
straf , straf , (bijvoeglijk naamwoord) , sterk. Een straf bäkkien koffie.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
straf , straffe , (zelfstandig naamwoord) , straf.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
straf , straaf , sterk, stevig, straf, heftig.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
straf , straof , (vrouwelijk) , straove , sträöfke , straf , Straof kriege.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
straf , straf , bijwoord , goed, machtig; Cees Robben – De vurspraok van Onze Lieve Vrouw van de Hasseltse Kapel [is] zeker zôô straf as die van Kevelèèr... (19710515)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut