elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: stiekem

stiekem , stiekem , (bijwoord) , stevig, stijf. Hij gaat maar stiekem door, stijfweg zonder omzien, hij blijft maar stiekem op zijn stuk staan.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
stiekem , stiekōm , stiekêm , in: hij holt hōm stiekōm = hij zegt niets, rept er niet van, verklapt het niet; goa moar stiekōm noa hoes tou = ga maar stilletjes naar huis; hij lijp hōm stiekōm vêrbie = liep hem voorbij zonder te groeten. – Ook = geregeld; stiekōm alle week = geregeld elke week. Zeeland stikum = bedaard, stilletjes door.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
stiekem , stiekem , (bijwoord) , Stil, rustig. || Hou je maar stiekem (doe maar, of ge nergens van weet). – Ook: stilletjes, zonder dat iemand er iets van merkt (of zonder zich aan iemand te storen). || Ze gong er stiekem heen. Hij gaat maar stiekem zen gang. – Het woord komt uit het Bargoens (O. Volkst. 3, 198) en is ook elders in de volkstaal gewoon (BOUMAN, MOLEMA, OPPREL). – Vgl. stiekemerd.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
stiekem , stiekem* , ook in stiekem allèn = moederziel alleen; “stiekōm” (in de beteekenis zooals die ook voorkomt op bldz. 566) ook wel elders, zoo ook “stiekemer(t)” = leukerd, stille verklikker.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
stiekem , stiekum , in het geniep.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
stiekem , stiekem , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , stiekem Die niet zo stiekem, kom er nou maar met op de proppen (Nam), Hie kwam er zo stiekem in (Sle), Hie is de lèeste tied zo stiekem. Zul e argens muilijkheden hebben? (Hijk), Hai hef dai haomer stiekem pakt (Git), Aal dat stiekeme gedo hol wij niet van (Rol)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
stiekem , stiekem , stiekem
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
stiekem , stiekem , onverwachts , We zén nog stiekem laot thûis. We zijn nog onverwacht laat thuis.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
stiekem , stiekem , bijvoeglijk naamwoord , 1. heimelijk, onopgemerkt, zonder dat het mag 2. gezegd van een weerstoestand waarbij men buiten alles erg scherp hoort
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut