elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: stempel

stempel , stempel , als werktuig om te stempelen onzijdig, in ’t Nederlandsch manlijk.
de zuiger van eene spuitbus (snirtjebus); ook soortgelijk voorwerp dat bij den proppenschieter (knapbus) gebruikt wordt om de prop (of: eene der proppen) er, door samenpersing der lucht, met een knal uit te drijven. Oostfriesch ’n stempel fan ’n knap- of ballerbusse, inzonderheid fan ’n snirtjebüsse. Van: stampen, en = waarmede men stampt, dus eene soort van stamper.
= stijnstempel, in annonces: stempeling of steenstempeling = puin van baksteen. – stempel, van: stampen, en = wat gestampt is.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
stempel , stempel , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , vgl. nokstempel, roedstempel.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
stempel , stempel , de zuiger van een knapbus *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
stempel , stĕmpĕl , stamper in een proppeschieter.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
stempel , stempel , Sport van een stoel. Jonge, zit tòch n(i)eet altîd met u vôten op de stempels.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
stempel , stumpel , poot van een stoel.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
stempel , steampel , onzijdig , stempel
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
stempel , stempel , m , ouderwets Héj is nog van d’n oûwe stempel Hij is nog ouderwets; Héj is van d’n Oûwe stempel Hij is al oud, ouderwets.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
stempel , stimpel , m , stimpels , stoppels (korenstoppels) [Bee, Cui, Hub, Via]
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
stempel , stempel , 1. puin. 2. deel van een klapbuzze
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
stempel , stempel , (ouderwets), stempelen (door werklozen bij hun meldingsplicht)
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
stempel , staampel , de , (Zuidwest-Drenthe, zuid) = leuning Vrogger gung ie naor de dokter um zo’n koeze te laoten trekken en verdoven was er niet bij. Welnee: ‘Pak de staampel van de stoel maar stevig vaste’ (Hol)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
stempel , stempel , het, de , stempels , 1. stempel Der is gien stempel op de postzegel kommen (Gas), Hij har zien bureau vol stempels staon (Emm), (fig.) IJ kunt gauw iene een stempel opzetten een slechte naam bezorgen (Zwin), Dat veurval drukte een stempel op dat feest deed afbreuk aan de feestvreugde (Bor) 2. stamper in een proppenschieter De stempel van de balderbusse worde te draoderig (Ruw), De stempel was een stokkie iezer mit een haemertien der an (Wsv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
stempel , stempel , stempel
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
stempel , stempel , zelfstandig naamwoord , et 1. stempelafdruk 2. kenmerk door een stempelafdruk
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
stempel , stempel , zelfstandig naamwoord , de 1. stamper van een proppenschieter e.d. 2. stempel: bekend gereedschap waarmee men afdrukken verkrijgt 3. iemands karakteristieke eigenschappen, in verb., bijv.: van de oolde stempel 4. pilaar van een gebouw 5. uiteinde van de paal waarop een hek draait
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
stempel , stimpelke , zelfstandig naamwoord , stammetje (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
stempel , stumpel , (mannelijk) , stumpele/stumpels , stumpelke , 1. poot, stoelpoot, tafelpoot 2. been 3. stut, steun
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut