elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: stelen 

stelen , stèlen , (sterk werkwoord) , stelen.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
stelen , stool , stal (van: stelen); wie stolen = wij stalen. Vgl. breken, en zie: oa.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
stelen , stelen , (sterk werkwoord, transitief) , Zie de wdbb. – In het meerv. van de verl. tijd soms stolen. || ’t Is in het land van belofte. Daar stolen ze de druiven. En ze dachten dat zij ze kochten (onderschrift onder een afbeelding van het bekende verhaal in Numeri 13, vs. 23 vlg.).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
stelen , stool , stal, van: stelen, vergel. breken * (bldz. 507.)
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
stelen  , staele , werkwoord , stael, stuuls, stuult, stool, gestaole , stelen. De kans mich gestaole waere, je kunt naar de weerlicht loopen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
stelen , stiällen , stiäälde, estwällen , stelen
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
stelen , stàln , werkwoord, sterk , 1e persoon enkelvoud verleden tijd: stùl, verleden deelwoord: estùln , stelen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
stelen , stale , werkwoord , Van de steel ontdoen. | Wanneer moete we de uie(ns) stale?
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
stelen , stêle , werkwoord , Stelen. De vervoeging luidt doorgaans: stêle – stoôl – stôlen. Zegswijze wie niet steêlt of erft, werkt tot ie sterft, het is moeilijk om alleen door hard te werken rijk te worden en te kunnen rentenieren.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
stelen , stééle , stelen, wegpakken.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
stelen , stelen , stèlen, stellen , sterk werkwoord, overgankelijk , Ook stèlen (Zuidwest-Drenthe, zuid, Zuidoost-Drents veengebied), stellen (Pdh, Scho) = stelen Het is schandalig zoveul as er stöllen wordt (Scho), Hij hef ies een maol esteulen en dat vergèet ze nooit weer (Hol), Zie steelt as raoven (And), Hej knollen steulen? tegen iem. met gaten in de sokken (Man)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
stelen , stelen , stelen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
stelen , stèèln , stelen. De vruchn bint ’m van de âkker esteuln.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
stelen , stèlen , (werkwoord) , stèèlt, stal/stèlen, estöl , stelen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
stelen , staele , ich stael, doe steuls, hae steultj, wae staele, , stelen , De bèste Pruus haet nog ei paerd gestoeale. Einmaol gegaeve blieftj gegaeve, aafgenómme is gestoeale. Staele wie de rave.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
stelen , steele , sterk werkwoord , stelen; vocaalkrimping in tegenwoordige tijd: gij/hij stilt; B steele - stôol - gestoole; M: staal; Henk van Rijen - 'stèèle'; Mandos - Brabantse Spreekwoorden (2003) - den êene maag en pèrd steele èn den aandere nòg nie oover de hèg kèèke (Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek 1971) variant: nòg nie in de stal kèèke; Mandos - Brabantse Spreekwoorden (2003) - heetie et gestoole, dan moetie hange (D'16) - hij moet de gevolgen van zijn misdaden ondergaan; steelt; verleden tijd van 'steele', met vocaalkrimping; staal, stôol - Henk van Rijen - stal; verleden tijd enkelvoud van 'steele'
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
stelen , staele , staol – gestaole , stelen
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut