elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: star 

star  , star , strak.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
star , star , stor , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , star, strak, stug Ie mut oe niet zo star opstellen (Hol), Een veermes kan met een vere star ezet wörden (Hav), Die stun wat stor en stoer te kieken (N:Sle), z. ook steur
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
star , staar , star.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
star , star , zelfstandig naamwoord , I, in rooie star bep. soort aardappel: rode star, hetz. als roodstar
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
star , star , bijvoeglijk naamwoord , (van personen) stug, weinig plooibaar
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut