elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: stampen 

stampen , stampend , in stampend vol of stampende vol = stampvol; zie stoppend *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
stampen  , stampe , Op de keie stampe, zijn congé geven, wegjagen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
stampen , staompen , zwak werkwoord , stampen
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
stampen , stampe , schoppen, met de uitgestoken voet krachtig treffen.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
stampen , stampen , staampen , zwak werkwoord, overgankelijk , (Zuidoost-Drenthe, Noord-Drenthe). Ook staampen (Zuidwest-Drenthe) = stampen Mien moe is de eerappels an het stampen; wie kriegt vanmiddag stamppot (Bov), Hij staampte mit de klompen op de grond (Hgv), Wat loop ij toch te stampen; is er wat? (Coe), De leimen deel wör stampt met de boukslag (Row), (fig.) Die man zeg niks; ie mut het er uut stampen (Nam)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
stampen , stampen , staampen , stampen. Ook: Gunninks woordenlijst van 1908: staampen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
stampen , stampe , schoppen , Dieje klééne zeej teege dieje gróóte, ik zal'lew 's ónder 'w kónt stampe, verveelóór. Un klein kind zei tegen 'n grote jongen, ik zal je eens onder je kont schoppen, pestbuil.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
stampen , stampe , werkwoord , schoppen (Den Bosch en Meierij)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
stampen , [schoppen] , stampe , stamptj, stampdje, gestamptj , trappen, schoppen , Emes ónger zien vot stampe.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
stampen , staampe , zwak werkwoord , stampen; Dirk Boutkan (1996) - staampe - hij staamt (blz. 27); B staampe - staampte - gestaampt - geen vocaalkrimping; WBD III.1.2:170 'stampen' = schoppen; WBD III.4.4:206 'stampen' = verpulveren; Cornelissen & Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect; 1899 - STAMPEN - stampvoeten; stampen, schoppen geven
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut