elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: staketsel 

staketsel , stanketsel , (onzijdig) , schutting.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
staketsel , steenkettĕn , staketsel.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
staketsel  , stanketsel , afscheiding van een ijzeren hek aan een huis.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
staketsel , seketsel , steketsel, rekètsel , ijzeren poort, hekwerk, stenen of ijzeren afrastering om de tuin.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
staketsel , stekètsel , hekwerk
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
staketsel , stankètsel , (onzijdig) , hekwerk, vast hekwerk
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut