elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: stadhuis 

stadhuis , stadshoes , stadshuus , (klemtoon op: hoes, huus) = stadhuis, te Groningen; hij ’s op ’t stadshoes = hij is klerk of kommies ter secretarie. West-Vlaamsch stadhuus, klemtoon op: stad. Bij Vondel: stadthuis, klemtoon op: huis. (De Bo).
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
stadhuis  , stadhoes , stadhuis.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
stadhuis , staduus , (zelfstandig naamwoord) , stadhuis, gemeentehuis.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
Stadhuis , Stadhuis , zie: Vlaamsche Hal
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.
stadhuis , stadhoe~s , stadhuis
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut