elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: sprenkelen 

sprenkelen  , sprinkele , sprenkelen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
sprenkelen , sprenkelen , sprenkelen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
sprenkelen , sprinkelen , sprenkelen , werkwoord , bevochtigen door te sprenkelen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
sprenkelen , sprinkele , sprinkeltj, sprinkeldje, gesprinkeldj , sprenkelen , ’t Lievendj naat sprinkele óm good te kónne strieke.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut