elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: sport 

sport , sproot , sport, van stoel of ladder.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
sport , sportel , spotel , (mannelijk) , sport van een ladder.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
sport , spòrte , (vrouwelijk) , spòrten , sport.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
sport  , spraot , sport van een stoel.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
sport , spreut , m , stoêle spreut sport van een stoel.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
sport , sproot , sproot van de lieër, sport van de ladder.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
sport , sproat , sport (vánne stool, lîer).
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
sport , sport , de , sporten , sport Aj aolder wordt, doej niet zoveul meer an sport (Sle), Zij maakt er een sport van um die kleine jongen te plaogen (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
sport , sport , de , sporten , trede De sporten zit aordig wied van mekaor (Emm)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
sport , spreut , sport (van een stoel of ladder).
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
sport , spöt , sport, lichamelijke oefening
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
sport , spöt , spötte , sport van een ladder. Ook: spötte (Kampereiland, Kamperveen)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
sport , spréút , sport (stoel)
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
sport , spört , (zelfstandig naamwoord) , sport.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
sport , spört , (zelfstandig naamwoord) , sport van een stoel of ladder.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
sport , sproot , spreut , zelfstandig naamwoord , sport van ladder of stoelpoot (Eindhoven en Kempenland; Helmond en Peelland); spreut; sport van ladder of stoelpoot (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
sport , sproeat , (vrouwelijk) , sproeate , sport of trede van een ladder , De leier haet väöl sproeate.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
sport , spraot , sport (ladder); laddertrede
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut