elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: spijten 

spijten  , spiete , spijten.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
spijten , spieten , spièt, espiètte , spijten. Dät spietet [spit̥] mi: dat spijt me.
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
spijten , spietn , werkwoord , 3e persoon enkelvoud tegenwoordige tijd: spit, verleden tijd: speet, verleden deelwoor , spijten
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
spijten , spieten , bijvoeglijk naamwoord , (veroud.) = van spiet gemaakt, bijvoorbeeld kogels voor in de proppenschieter (sa:Rui)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
spijten , spieten , onpersoonlijk werkwoord , spijten Het spiet oes slim dat wij der niet bijwezen kunt (Sti), Aj klein bint, wi’j graag groot wèen en aj groot bint, spiet het oe daj niet meer klein bint (Hol)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
spijten , spieten , spijten
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
spijten , spietn , spijten. ’t Spit mien; ’t spit oe; ’t spit ’m; ’t spit ons; ’t spit oeluu; ’t spit eur; dat hef mien espeetn.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
spijten , spieten , werkwoord , spijten
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
spijten , spieten , (werkwoord) , spit/spiet, speet, espeten , spijten.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
spijten , spiete , spietj/spitj, speet, gespete , spijten
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
spijten , spèète , sterk werkwoord , spèète - spêet - gespeete , spijten; vocaalkrimping in tegenwoordige tijd: et spèt
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut