elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: spenderen 

spenderen , spandeeren , Bekostigen.
Bron: J.A.V.H. (18e eeuw), Haagsch Nederduitsch woorden-boekje. Den Haag: Johannes Mensert. Uitgegeven in: Kloeke, G.G. (1938), ‘Haagsche Volkstaal uit de Achttiende eeuw’, in: Tijdschrift voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde 57, 15-56.
spenderen , spandeeren , (transitief werkwoord) , te koste leggen; hij heeft er veel aan gespandeerd. Hij zou er alles aan spandeeren.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
spenderen , spanzijêrn , spandijêrn , ten koste leggen (aan), geld uitgeven (voor), spendeeren, spandeeren; Hoogduitsch spendieren = met milde hand uitreiken, verkwisten. Van ’t Latijnsche expendere = betalen, uitgeven.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
spenderen , spandéren , besteden, uitgeven. Argens vö̀lle geld, tît, mö̂jte an spandéren Vgl. Eng. to spend.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
spenderen , spanzijern* , Nederlandsch spanseeren.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
spenderen , spandeeren , spandieeren , Besteden, uitgeven. Argens vö̀lle geld, tîd, mö̂jte an spand(i)eeren. Verg. Eng. to spend.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
spenderen  , spandeere , ten koste leggen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
spenderen , spåndeeren , besteden
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
spenderen , spandeern , werkwoord, zwak , ten koste leggen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
spenderen , spandere , werkwoord , Spenderen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
spenderen , spanderen , zwak werkwoord, overgankelijk , spenderen Het is grote gekheid um der zoveule an te spanderen (Rui), Hie hef er hielwat an spandeerd, an die zaal veel aan uitgegeven (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
spenderen , spanderen , besteden
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
spenderen , spandeern , spenderen, besteden. Um an dât olde huus nog zo veule te spandeern, dât liek mien niet bes toe.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
spenderen , spenderen , spanderen , werkwoord , spenderen, besteden
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
spenderen , spanderen , (werkwoord) , spanderen, espandeerd , spenderen, besteden. Döör mu-j niet völle geld an spanderen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
spenderen , spandeere , zwak werkwoord , spenderen, uitgeven; Interview Jolen - 1978 - “…vruuger wèrd daor nie op gespandeerd…”. (transcriptie Hans Hessels, 2013)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut