elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: spatader 

spatader  , spataor , spatader.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
spatader , spataor , de , spataoren , spatader Het is niet zo mooi aj last hebt van spataoders an de bienen (Coe), Deur het veule staon hef zij last van spataders (Mep)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
spatader , spatöre , spataore , (Kampen) spatader. Ook: spataore (Kampereiland, Kamperveen), Gunninks woordenlijst van 1908: spat
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
spatader , spataore , spataoder , zelfstandig naamwoord , de 1. spatader, varix 2. spatader bij een paard
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
spatader , spataor , (vrouwelijk) , spatader
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut