elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: smullen 

smullen , smullen , (werkwoord) , lekker eten, goede sier maken. Zoo ook smulpartij = eetvisiet, enz.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
smullen  , smölle , smullen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
smullen , smullen , smullen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
smullen , smulle , zwak werkwoord , "smullen; Van Delft - Geleidelijk zakte het jongensstelletje af, ieder naar eigen woning. Daar zat ""onze vadder"" met z'n kleinste op den schoot, en liet hem op de knie wippen, zingende: Hup mèr Jaans, den beer ies los,/ Heddum nie hoore brulle?/ Snijd um z'n neus en oore aaf,/ Dan hedde nog wè te smulle. (Nwe. Tilb. Courant; Van vroeger dagen 115; 18 mei 1929)"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut