elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: smele 

smele  , smele , lang dun riet, werden vroeger gebruikt op pijpen te reinigen, ook lange rechte haren.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
smele , smele , zelfstandig naamwoord , de; bep. grassoort: smele, smeel
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
smele , smeele , pijpenstrootje
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
smele , smele , pijpenstro (molinia caerulea).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
smele , smeul , 1. gedroogd lang gras; 2. lange ronde grashalm; 3. smele, gras dat gebruikt werd als pijpenstrootje.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
smele , smeele , zelfstandig naamwoord , struisgras, buntgras (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
smele , sme~le , buntgras
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut