elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: sluimeren 

sluimeren , slommeren , slooren , (werkwoord) , sluimeren.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
sluimeren  , sloemere , sluimeren.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
sluimeren , slumeren , sloemeren , sluimeren. Ook: Gunninks woordenlijst van 1908: sloemeren
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
sluimeren , sloemeren , slumeren, slommeren, sliemeren , werkwoord , sluimeren, onvast slapen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
sluimeren , slumeren , (werkwoord) , slumeren, eslumerd , sluimeren.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
sluimeren , slu~mere , slu~merde – geslu~merd , sluimeren
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut