elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: slagerij 

slagerij , slagerij , slaogerij , vechtpartij, kloppartij, Gron. sloagerei. Kil. slaghen, HD. schlagen = vechten. Zie: houwerij.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
slagerij , sloagerei , vechterij, kloppartij; zij hebben sloagerei had; hij mout om sloagerei zitten = hij is om eene vechterij tot gevangenisstraf veroordeeld. Drentsch slaogerij. Zie: sloagen, en: kwessie.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
slagerij  , slaegerie , kloppartij.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
slagerij , slaegerieje , slagerij.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
slagerij , slagerij , slaoderij , de , Ook slaoderij (Midden-Drenthe in bet. 2.), var. als bij slager = 1. slagerij, z. ook slachterij 2. vechtpartij (Zuidwest-Drents zandgebied, Noord-Drenthe) Bie het café het slaogeraai west (Row)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
slagerij , slaegerij , zelfstandig naamwoord , slaegerije , slaegerijtjie , slagerij
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
slagerij , slageri’je , (zelfstandig naamwoord) , slagerij.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut