elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: sjezen 

sjezen , sjeezen , (bedrijvend en onzijdig) = van de hoogeschool verwijderd worden zonder de studie volbracht te hebben. Studentenwoord. Men zegt: hij sjeest nog; hij wordt gesjeesd, hij komt op de sjees, enz. (v. Dale: sjeezen = niet slagen bij het doen van een examen, afgewezen worden.)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
sjezen , sezen , (zwak werkwoord, intransitief) , Zeer snel voortbewegen. || Dat seest lekker (b.v. van een rijtuig dat snel rijdt, een stuk hout dat over het ijs wordt voortgeslingerd, een stuk karton dat men in de lucht werpt enz.). Inzonderheid: hard lopen. Zie synon. op kielen II. || Kijk-i ers sezen! – Het woord is wel afgeleid van sjees (het tweewielig rijtuig), Fra. chaise, en is hier en daar elders als sjezen bekend.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
sjezen  , sjeeze , vlot loopen, ook wegjagen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
sjezen , sjeeze , hard rijden Flink d’r ovverhin sjeeze Flink hard rijden.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
sjezen , seze , werkwoord , Variant van sjezen, zakken voor een examen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
sjezen , sjezen , 1. hard rijden; 2. zakken voor een examen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
sjezen , ôn’t sjeeze , aan het rennen , Die is aalté ôn’t sjeeze, ze sjeest van't iin nô't ander, ze hi gin zittende kónt. Zij is altijd aan het rennen, ze spoedt zich van 't een naar 't ander, ze heeft geen rustige aard.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
sjezen , sjeeze , werkwoord , hard rijden (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
sjezen , sjieëze , sjieëstj, sjieësdje, gesjieësdj , sjezen , Mèt ei vaartje kwoeam d’r aangesjieësdj.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut