elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: schelp

schelp , schilp , schelp , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , Daarnaast skulp, schulp. Schelp. || Breng weer nuwe schilpen in de tuin. Aan 7 hoed (zekere maat) schulp
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
schelp , schulp , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , zie schilp. – Ook: verteerd lood in een loodwitmakerij.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
schelp , schölp , schulp, schelp.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
schelp , schölpe , vrouwelijk , schulp, schelp (gebogen deel van een ploegschaar)
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
schelp , skilp , zelfstandig naamwoord de , Dialectische variant van schelp.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
schelp , skulp , zelfstandig naamwoord de , 1. Variant van schelp. 2. Voorste deel van een bakwagen. Vgl. Fries skulp.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
schelp , schöälp (water) , enne fleenke klats (water).
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
schelp , schulp , schölp, schulpe, schulbe, schölpe, schelp , de , schulpen , (Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe). Ook schölp (Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, noord), schulpe (Zuidwest-Drents veengebied), schulbe (Veenkoloniën), schölpe (Zuidwest-Drenthe, zuid), schelp alleen in bet. 2. (Zuidoost-Drenthe) = 1. schulp Hie kreup in zien schölp (Sle) 2. schelp Hej nog schulpen veur de koenen koft? die schelpen werden namelijk door de boeren fijngemalen (Pdh), Ze deden schölpen in een kiekkast dan kreeg je mooie combinaties (Sle), Het was lastig fietsen mit dei neie schelpen op dat fietspad (Bov) 3. schelpvormig voorwerp De schulp is het rister van de ploeg en een schulp vangt de kwalm van de laamp op (Eev), (fig.) Die kerel hef schölpen van haanden grote handen (Hgv), ...van oren grote oren (Ruw), Ie mut de schölpen wat bèter lösdoen beter uitkijken (Hgv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
schelp , schölp , 1) schelp; 2) bovendeel van een klomp; 3) dop van een noot.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
schelp , schulp , bovenste helft van een klomp.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
schelp , skulpe , schelp
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
schelp , schölp , schulp , Tuun'ter óp ônkwam króóp ie in z'n schölp, héij dörfde nie dur te driive. Toen puntje bij paaltje kwam kroop hij in zijn schulp, hij durfde niet door te drijven.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
schelp , schulpe , schulp, schelpe , zelfstandig naamwoord , de 1. schelp; soms: schelp die glad is, i.t.t. een nuunder die ribbeltjes heeft 2. (verz.; in de vorm van schulp) gemalen schelpen: hetz. als kiepescharp 3. elk der halfronde uitsteeksels, sterke golvingen aan het einde van kledingstof e.d. ter verfraaiing aangebracht
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
schelp , schillep , schullep , zelfstandig naamwoord , schillepe, schullepe , schillepie, schullepie , schelp Van de schillepe van ’t strand maoke ze grit voor de kippe Ook schullep
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
schelp , schôllep , schöllep, schölp , schelp, bovendeel van een klomp
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
schelp , skelpe , (zelfstandig naamwoord) , schelp.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
schelp , skulpe , (zelfstandig naamwoord) , schulp.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
schelp , schùlp , schulp
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
schelp , schölp , schölpe , schölpke , schelp
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut