elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: schuddekul 

schuddekul  , schöddeköl , waterige koffie.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
schuddekul , schuddekul , m , aangelengde, opgewarmde koffie. [Box]
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
schuddekul , schuddekul , geleirand om de hoofdkaas.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
schuddekul , schuddekul , zelfstandig naamwoord , slappe koffie (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
schuddekul , schuddekul , zelfstandig naamwoord , "schuddekul; WTT 2013 – Van oorsprong mogelijk voor slechtsmakende drank, met name koffie; vandaar als metafoor voor ‘slecht, minderwaardig volk’; waarbij ‘kul’ (vergelijk ‘flauwekul’) het minderwaardige aspect verwoordt, en ‘schudde’ mogelijk het Middelnederlandse ‘schudde’ is in de betekenis van ‘dwarshout van de galg’ (zie Van Beek hieronder). Het MNW kent daarvan een overdrachtelijk gebruik voor ‘leegloper’ etc. – zie MNW hieronder. 1974 (ca.) - schuddekul - moet een Tilburgse uitdrukking zijn voor minderwaardig volk, soepie van volk,schorremorrie; “schudde” (middelned.) was de dwarsboom van een galg waar de strop aan hing. (Pierre van Beek – typoscript Archief Pierre van Beek); 1973 - Wie bij Van Dale op zoek gaat naar ""schuddekul"", stuit daar op: ""Slappe koffie"". Men meldt ons dat in Tilburg een jong meisje, dat zich losbandig gedraagt, de kwalificatie ""schuddekul"" krijgt. ""Schudde"" heette bij een galg de dwarsbalk, waaraan het galgekoord hing, maar het heeft ook de betekenis van schavuit en landloper. Het houdt verband met de gemeenzame uitdrukkingen: ""voor schut staan"" of ""iemand voor schut zetten"". Hier heeft dat de betekenis van ""schande"" of ""schandaal"". (Pierre van Beek, Tilburgse Taalplastiek 165, 18-01-1973); [WTT 2013 – Een etymologisch verband tussen ‘schudde’ en ‘voor schut staan’ is zeer onwaarschijnlijk; ‘voor schut staan’ wordt algemeen afgeleid van ‘verschutten’. Conform P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Van Dale Etymologisch woordenboek: lemma Schut 3 - in de uitdrukking voor schut staan [voor gek staan] {1808} komt van verschut [gevangen], in verschut gaan [gearresteerd worden], vgl. rotwelsch verschüttgehen [gearresteerd worden], middelnederlands verschutten [beletten, eig.: achter een schotje plaatsen]. MNW – lemma Schudde - Gaffel, op te vatten in den zin van “de palen met het dwarshout, waaraan het galgekoord gehangen wordt, het juk” (vgl. lat. “furculae Caudinae”). Kil. schudde. vetus j. gaffel, furca. Voc. Cop. scudde, gaffele, furca (quia olim in furcis arborum fures suspendebantur, unde pro patibulo poni potest, quia in eo fures cillentur i. e. moventur). MNW – lemma Schudde - — Misschien heeft het woord ook de beteekenis gehad van een leeglooper, die voor allerlei werk, ook vuil werk, te vinden was. Zie Invent. v. Br. Gloss. 355 aangeh.: “eenen scudde van der vischmaerct”, WNT – lemma Kul – 1909 - schuddekul, bij DE BO [1873] en SCHUERM. [1865-1870]: slechten drank, bij SCHOTEL, OudHoll. Huisg. 443, bepaaldelijk voor: tweede aftreksel van koffie (”Dat is maar schuddekul van wijn”, DE BO [1873]; ”Schuddekul van kaffi”, DE BO [1873]); WNT – lemma Schudden – 1925 - Schuddekul, slappe koffie. Nog in Z.-Ndl. Arme lieden … goten op het afgetrokken vocht … op nieuw water en dronken dan ”schuddekul”, SCHOTEL, Oud-Holl. Huisgez. 443. - Gij hèt schuddekul opgeschonken. Ik drink geene' schuddekul, CORN.-VERVL. . (zie ook DE BO [1873] en SCHUERM. [1865-1870]); Stadsnieuws - Ik hèb allêeneg nòg mar en pènneke schuddekul vur oe (= restjes c.q. waardeloze troep (081109)); WBD III.2.3:276 'schuddekul' = opgewarmde koffie; Hees schuddekul, schudsel (I:38); WNT SCHUDDEKUL - slappe koffie. Nog in Z-Ned. DeBo SCHUDDEKUL - slechte drank: Dat is maar schuddekul van wijn, van kaffi. Ook gebruikt in Brab. en Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - (Alg. Vl. Idiot.); A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - SCHUDDEKUL (verouderd) cikorei, peekoffie; Bez. SCHÜRKÜL - slechte jenever; Wan SCHUDDEKUL, SCHURKUL - slechte jenever. Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - SCHUDDEKUL -zelfstandig naamwoord m. - slappe koffie (ook in Brabant)"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut