elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: schroet

schroet , schrûte , (vrouwelijk) , wilde schrûten, kraanvogels, trekvogels (weinig meer in gebruik).
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
schroet , schroet , kalkoen. Dôm schroet, domme gans.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
schroet , [vrek] , schroewt , gierigaard, geldwolf
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
schroet , [kalkoen] , sjroet , (vrouwelijk) , sjroete , sjruutje , 1. kalkoen 2. een onhebbelijke vrouw
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
schroet , schroe~t , kalkoen
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut