elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: schrijlings 

schrijlings , scherlings , schreilings.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
schrijlings  , schrielings , schrijlings.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
schrijlings , schriejlings , dwárs.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
schrijlings , schrielings , schrijlings , bijwoord , (Noord-Drenthe, Zuidwest-Drenthe). Ook schrijlings (Kop van Drenthe) = schrijlings, wijdbeens Hij stun er schrijlings overhen (Eel), z. ook schriebiens, striebiens
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
schrijlings , schrielings , bijwoord , schrijlings
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
schrijlings , schréíjes , schrijlings
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
schrijlings , schrèijebins , schrijlings, wijdbeens , Schrèijebins âchter óp de fiets zitte. Schrijlings achter op de fiets zitten.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut