elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: pisgriet

pisgriet , pisgrijt , de 13de Juli, de beruchte regendag met welken, (zoo ’t heet), een regentijd begint die zes weken duurt. Oostfriesch pissmargrete, ook: margrête piss’ in ’t hei. Eigen naamdag der H. Margaretha.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
pisgriet , pisgreete , pisgrieete , St.-Margiet.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
pisgriet , [St. Margriet] , pisgreete , pisgrieete , St. Margriet.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
pisgriet , pisgreet , volgens de legende zal het 40 dagen regenen, wanneer het op Sint Margaretadag regent.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
pisgriet , pisgreet , pisgrete , benaming van St. Margriet; wanneer het op haar gedenkdag (20 juli) regende, dan regende het volgens het volksgeloof zes weken lang min of meer.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
pisgriet , Pisgrete , St. Margriet (20 juli).
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
pisgriet , pisgriet , pisgreeit, pisgreit, pisgrait, pisgrete, pissende , Ook pisgreeit (Midden-Drenthe), pisgreit (Kop van Drenthe, Zuidoost-Drents veengebied), pisgrait (Kop van Drenthe), pisgrete (Veenkoloniën, Zuidoost-Drents veengebied), pissende Griet, pissende Grete (Zuidwest-Drenthe, Zuidoost-Drents veengebied) = 1. St. Margriet (20 juli) 2. lege hazelnoot (Midden-Drenthe) As een neut leeg is, wordt er zegd: dat bint pisgreeiten (Eex) 3. onbevrucht ei (Midden-Drenthe) *As het met pisgriet regent, regent het zes weken (Sle); As het regent op pisgriet, 4 weken boerenverdriet (Bor); As het règent mit pissende Griete, règent het in veertig dagen veule, weinig of hielemaole niet (Hgv), z. ook Sint-Margriet
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
pisgriet , pisgrîête , pisgriete , Sint Margriet. Ook: pisgriete (Kampen)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
pisgriet , Pisgrietn , Sint Margriet (begin van de hondsdagen).
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
pisgriet , pisgriete , zelfstandig naamwoord , de; pisgriet, Sint-Margriet
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
pisgriet , Pisgriete , Sint-Margriet, 20 juli.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut