elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: pintenneuker

pintenneuker , pintheuker* , vergel. heukerg * enz.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
pintenneuker , pinteneuker , haarkluiver.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
pintenneuker , pinteneuker , m , iemand die valt over onbenulligheden. [Ove]
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
pintenneuker , peenteneuker , iemes deen ovver en kleinigheidje moeiluk deut.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
pintenneuker , pintenèùker , iemand die gierig is.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
pintenneuker , pinteneuker , gierigaard
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
pintenneuker , pinteneuker , zelfstandig naamwoord , gierigaard (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
pintenneuker , [iemand die op alle slakken zout legt] , pintenäöker , (mannelijk) , iemand die op alle slakken zout legt
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
pintenneuker , pinteneuker , secuur iemand; muggenzifter
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut