elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: pesten 

pesten  , peste , plagen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
pesten , pesten , zwak werkwoord, overgankelijk , 1. plagen, pesten Zolang as hie naost oes woond hef, hef ie niks daon as pesten (Bor), Der uut, jongen, ie doot mekaar toch niks as pesten (Rui), Die döt niks aans as wichter pesten (Wed) 2. pesten, simpel kaartspel, waarbij men elkaar voortdurend dwarszit
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
pesten , pesten , pessen , (Kampen, Kamperveen) pesten. Ook: pessen (Kampereiland)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
pesten , pesten , werkwoord , 1. treiteren, pesten 2. bekend kaartspel spelen, pesten
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
pesten , pèèste , pesten, eenvoudig kaartspel
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut